Punt H-2: De bewering dat ‘Able Danger’ Mohamed Atta’s aanwezigheid in de VS
Punt H-2: in januari 2000 niet vast heeft kunnen stellen

<< Vorig Punt, Volgend Punt >>

Inleiding

Able Danger was de codenaam voor een hoog niveau inlichtingenoperatie, opgezet door de generaals Hugh Shelton en Peter Schoonmaker, Opperbevelhebbers van het Commando Speciale Operaties van het Ministerie van Defensie (SOCOM).

Het verhaal te vertellen van Able Danger kost tijd, maar het is belangrijk omdat de uitkomsten er sterk op wijzen dat de man, geïdentificeerd als Mohamed Atta, in de VS verbleef sinds januari/februari van 2000, ongeveer 18 maanden voor de aanvallen van 11 September, terwijl de officiële lezing zegt dat hij in juni van 2000 aankwam.

De officiële lezing beweert verder dat de Amerikaanse inlichtingendiensten voor 11 September niet wisten dat hij in het land was, dit terwijl een belangrijk deel van de Amerikaanse inlichtingengemeenschap wist dat hij daar was sinds januari/februari 2000. (Om deze reden spreken we van “de man die is geïdentificeerd als Mohamed Atta”, zie voetnoot. [1])

Het bewijs van Able Danger is echter door overheidsbeambten voortdurend genegeerd; de Commissie 11 September meldt niets over het bewijs; en de Inspecteur Generaal van het Ministerie van Defensie heeft het in de doofpot gestopt. [2] Louis Freeh, voormalig directeur van de FBI, noemde de bewering van de Commissie 11 September, dat het historisch niet van belang was, “verbijsterend”.

Achtergrond

Hier volgen de details van dit verhaal:

Deze enorme gegevensanalyseoperatie begon eind 1999. Er waren 80 mensen werkzaam, belast met de taak open source internetgegevens over netwerken van al-Qaeda en de financiering van terroristen te verzamelen.

Er werd gebruik gemaakt van een connectiekaart-strategie voor het downloaden en analyseren van gegevens van duizenden websites. Deze gegevens van terroristennetwerken werden visueel weergeven op muurkaarten.

Onder het leiderschap van Able Danger bevonden zich:

  • Marinekapitein Scott Phillpott (hoofd van Able Danger)
  • Luitenant kolonel van de Landmacht Anthony E Shaffer (uitgeleend door de inlichtingendienst van Defensie [DIA])
  • Erik Kleinsmith (majoor bij de landmacht en hoofd inlichtingen van de Land Information Warfare Activity)
  • James D Smith (een burger met een defensiecontract voor Orion Scientific Systems)
  • Dr. Eileen Preisser (twee universitaire graden, hoofd analyse, komt van de Land Information Warfare Activity)

Rond januari/februari 2000 had het team de verrassende waarschijnlijkheid ontdekt van de aanwezigheid van leden van al-Qaeda binnen een terroristencel in Brooklyn. [3]

Midden 2000 vroeg kapitein Phillpott lt. kol. Shaffer om een communicatie op gang te brengen tussen het hoofd van Able Danger en de FBI om samen de terroristencel in Brooklyn op te rollen. Dit aanbod werd door advocaten van SOCOM tot drie keer toe geweigerd, waardoor de FBI niet beschikte over de informatie welke stelde dat de man, geïdentificeerd als Mohamed Atta, al begin 2000 in de VS was. [4]

Kort na 11 September, toen foto’s werden vrijgegeven van de vermeende terroristen, waren Phillpott, Shaffer, Preisser en Smith verbijsterd Mohamed Atta en twee andere vermeende kapers te herkennen van de kaarten van Able Danger.

Twee weken later liet Dr.Preisser, samen met de republikeinse congresleden Curt Weldon, Chris Shays en Dan Burton, de “Atta-kaart” zien aan Stephen Hadley, Onderadviseur Nationale Veiligheid van het Witte Huis, die zei de kaart te zullen laten zien aan President Bush. [5]

In oktober 2003 nam lt.kol. Shaffer contact op met uitvoerend directeur van de Commissie 11 September Philp Zelikow, toen beiden in Afghanistan waren, om te melden dat Able Danger Mohamed Atta al ruim een jaar voor de aanvallen had geïdentificeerd.

In maart 2004 werd Shaffer’s veiligheidsmachtiging van het Defense Intelligence Agency opgeschort waardoor hij geen verdere toegang meer had tot de documenten. [6]

In juni 2005 vertelde congreslid Curt Weldon (vice voorzitter van de Huiscommissies Strijdkrachten en Binnenlandse Veiligheid) over Able Danger tijdens een interview met de Norristown Times Herald[7] en tijdens een later gehouden speech op de vloer van het Huis riep hij op tot een onderzoek. [8]

Thomas Kean en Lee Hammilton, de beide voorzitters van de Commissie 11 September, de commissie die met geen woord repte over Able Danger in hun Eindverslag uit 2004, verklaarden in augustus 2005 dat Able Danger “historisch niet van belang” was. [9]

Eén dag voor een hoorzitting van de Senaat over deze kwestie kregen sleutelgetuigen van Able Danger Shaffer, Phillpott en Smith een spreekverbod opgelegd door Minister van Defensie Donald Rumsfeld. [10]

Tijdens dezelfde hoorzitting getuigde lid van het Able Danger-team Erik Kleinsmith dat hem was bevolen, volgens de regels voor toezicht op de strijdkrachten, om de volledige 2,5 terabyte materiaal van Able Danger te vernietigen, wat hij in mei of juni 2000 deed. [11]

In oktober 2005 vroeg congreslid Weldon om een “volledig en onafhankelijk onderzoek door de Inspecteur Generaal van het Pentagon”. [12] Het rapport van de IG meldde dat de “herinneringen van de vijf getuigen van Able Danger niet accuraat waren”. [13]

De officiële lezing
  1. Zoals we hebben vernomen van de Commissie 11 September was Mohamed Atta “de tactisch leider van het 11 September-complot”. [14] Hij arriveerde voor het eerst in de Verenigde Staten op een toeristenvisum, op 3 juni 2000. [15] Ook zei de Commissie 11 September dat de “Amerikaanse inlichtingendiensten niet op de hoogte waren van meneer Atta tot de dag van de aanvallen”. [16]

  2. In augustus 2005, een jaar na het sluiten van de Commissie 11 September, legden voorzitters Kean en Hammilton aan de pers uit waarom Able Danger niet was meegenomen in het Het Eindverslag Commissie 11 September:
    1. Zij waren in 2003 op de hoogte gesteld van Able Danger, maar “hen was niet verteld dat meneer Atta en de anderen waren geïdentificeerd als zijnde een bedreiging”. [17] Hoewel projectleider kapitein Phillpott in juli 2004 is geïnterviewd door de commissie over Atta waren zijn “kennis en geloofwaardigheid niet afdoende betrouwbaar” om verder onderzoek naar Able Danger te rechtvaardigen, en dus was hun conclusie dat het project “historisch niet van belang was”. [18]
    2. Toen de Commissie aan het Pentagon vroeg om alle documenten met betrekking tot Able Danger “werd in geen van de overgedragen documenten de naam van Atta of van andere toekomstige kapers aangetroffen”. [19]

    Volgens een bericht van Associated Press uit midden september 2005:

    “Voormalig voorzitter van de commissie Thomas Kean zei dat er geen bewijs was dat iemand binnen de regering voor 11 september 2001 van Mohamed Atta wist … Kean zei dat de herinneringen van de inlichtingenambtenaren door geen enkel document konden worden geverifieerd”.“’Bot gezegd, het is gewoon niet gebeurd, en dat is wat we alle tien zeggen,’ zei voormalig commissielid en voormalig senator Slade Gorton.” [20]

  3. Hoewel verschillende medewerkers en gegevensanalisten gepland stonden om te getuigen tijdens een hoorzitting van de Gerechtelijke Commissie van de Senaat op 21 september 2005 zei het Ministerie van Defensie dat een openbare getuigenis “niet gepast zou zijn in verband met veiligheidsrisico’s”. [21]

  4. In een onderzoeksrapport uit 2006 schreef het kantoor van de Inspecteur Generaal van het Ministerie van Defensie:

    “We concluded that prior to September 11, 2001, Able Danger team members did not identify Mohammed [sic] Atta or any other 9/11 hijacker. While we interviewed four witnesses who claimed to have seen a chart depicting Mohammed Atta and possibly other terrorists or ‘cells’ involved in 9/11, we determined that their recollections were not accurate.” [22]

Het beste bewijs

I. Met betrekking tot de datum van aankomst van Mohamed Atta in de Verenigde Staten

  1. Tijdens een hoorzitting van de Senaat in september 2005 overlegden drie hogere stafleden van Able Danger een schriftelijke getuigenis waarin stond dat Mohamed Atta in januari/februari 2000 was geïdentificeerd als potentieel lid van een terroristische cel in New York, vier maanden eerder dan vermeld in de officiële lezing, namelijk juni 2000. Tijdens dezelfde hoorzitting werd een vierde lid van het team, meneer Kleinschmith, gevraagd:
    “Verkeert u in een positie dat u de geloofwaardigheid van kapitein Philpott [sic], kolonel Shaffer, meneer Westphal, mejuffrouw Preisser of meneer J D Smith kunt beoordelen wanneer zij zeggen dat zij Mohammed Atta [sic] op de kaart zagen?” Meneer Kleinschmith: “Zeker, meneer. Al heb ik het nooit uitgesproken, ik geloof hen al sinds ik met ze allen heb gewerkt.” [23]
  2. Na 11 September verschenen berichten in het nieuws van burgers die Atta gedurende de lente van 2000 hadden gezien:
    • Johnelle Bryant van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw vertelde in een gesprek met Brian Ross van ABC News, “waarmee ze inging tegen directe orders van het hoofdkwartiervan het MvL in Washington”, dat Atta in haar kantoor verscheen “ergens tussen eind april en half mei 2000” en om een lening vroeg voor de aanschaf van een klein vliegtuig (welke zij weigerde te verstrekken). Bryant meldde dat, toen ze de naam noteerde, ze het spelde als A-T-T-A-H, waarop hij zei: “Nee, A-T-T-A, zoals in Atta Boy [Goed zo, jongen]”. [24]
    • In april 2000 en gedurende die zomer werd Atta, volgens het hoofd beveiliging en een medewerkster van de infobalie, regelmatig gezien bij het gebruiken van de computers van de Openbare Bibliotheek van Portland, Maine. [25]
    • Een onderzoeker van de federale overheid berichtte aan Associated Press, onder voorwaarde van anonimiteit, dat Atta en een andere kaper in de lente van 2000 kamers huurden in Brooklyn en de Bronx. Een hoger staflid van het Ministerie van Justitie meldde dat Atta’s spoor in Brooklyn begon met een parkeerboete voor de huurauto waarin hij reed. [26]


II. Met betrekking tot de redenen, zoals gegeven in de verklaring van Kean en Hamilton, om Able Danger niet op te nemen in het Het Eindverslag Commissie 11 September:

  1. Stafleden van de Commissie 11 September werden twee keer door leden van het Able Danger-project geïnformeerd:
    • De eerste briefing werd op 23 oktober 2003 gegeven door kolonel Anthony Shaffer. Hoewel hij niet meer aan het project deelnam werd hem toestemming verleend voor een ontmoeting met uitvoerend directeur van de Commissie 11 September, Philp Zelikow, en een aantal stafleden van de Commissie die een bezoek brachten aan Bagram Air Force Base, Afghanistan, waar Shaffer was gelegerd.
      Tijdens een vergadering van een uur vertelde Shaffer de commissieleden over het Able Danger-project en hoe begin 2000 Atta was geïdentificeerd. In een reactie in 2005 op de bewering van Kean/Hammilton dat hij Atta nooit had genoemd bij de commissie bleef hij erbij dat hij dat wel had gedaan. Hij zei: “Ik heb de aantekeningen voor de vergadering bewaard. En wat ik zeg, zeg ik met zekerheid.” [27]
    • De tweede briefing werd gegeven door marinekapitein Scott Phillpott, hoofd van Able Danger (vier keer een commandopositie bij de Zeestrijdkrachten), op 13 juli 2004. Phillpott, hoofd van Able Danger, werd ondervraagd door commissiestaflid Dieter Snell. [28] Hoewel de verklaring van Phillpott duidelijk de verklaring van Shaffer uit 2003 onderschreef, werd geen van beiden opgenomen in het Het Eindverslag Commissie 11 September. Als verklaring daarvoor beweerden Kean en Hamilton in 2005, zoals eerder gezegd, dat de “kennis en geloofwaardigheid” van kapitein Phillpott “niet afdoende betrouwbaar waren” om een verder onderzoek naar Able Danger te rechtvaardigen. [29]
  2. De Atta-claim van Able Danger werd door Kean en Hammilton ook verworpen op grond dat de archieven van het Pentagon geen gedocumenteerd bewijs bevatte. En zodoende lieten ze de consistente briefings en getuigenissen, afkomstig van leden van het senior team van het project, links liggen.
    Een hint waarom dat gebeurde wordt wellicht gevonden in het rapport van Shaffer (onderschreven door Curt Weldon; zie onder IV-1 hieronder) dat, toen Christopher Kojim, uitvoerend onderdirecteur van de Commissie 11 September, door congreslid Curt Weldon’s stafchef werd gevraagd waarom Able Danger niet was opgenomen in het Eindverslag, hij antwoordde: “Het paste niet in het verhaal dat we wilden vertellen.” [30]
  3. Met betrekking tot de bewering van de Commissie dat Able Danger historisch niet van belang was zei voormalig directeur van de FBI Louis Freeh dat “de informatie uit Able Danger, wanneer bevestigd, ongetwijfeld het meest relevante feit is van het hele onderzoek na 11 September”, en noemde de bewering van de Commissie “verbijsterend”. [31]


III. Met betrekking tot de zorg van het Pentagon, dat “het eenvoudigweg niet mogelijk is om Able Danger tot in detail te bespreken in een publiekelijk forum”, zoals de Gerechtscommissie van de Senaat:

  • Phillpott, Shaffer en Smith hadden hun geschreven bijdragen al ingediend toen ze in 2005, op 21 september, getuigden voor een hoorzitting van de Senaat over Able Danger.
  • Voorzitter van de Gerechtscommissie van de Senaat zei dat hij verrast was door de beslising van het Pentagon omdat “zo veel van deze informatie zich al in het publieke domein bevond” [32] en “dat het op mij over komt als tegenwerking van de activiteiten van de commissie”. [33]


IV. Met betrekking tot de conclusie van de Inspecteur Generaal dat de herinneringen van het team van Able Danger betreffende een ‘Atta-kaart’ niet accuraat waren:

  1. In late June 2005, Congressman Curt Weldon, during an address to the House, had presented an enlarged version of the chart that he had received from Dr. Eileen Preisser and had then given to Stephen Hadley in the White House.Pointing out Mohamed Atta’s name in the center of the chart, Weldon had asked:
    “Waarom, meneer de voorzitter wordt er niet gesproken over een aanbeveling van september 2000 om Mohamed Atta’s cel uit te schakelen, waardoor drie van de terroristen die ons aan hebben gevallen vast hadden gezeten? De vraag moet gesteld worden waarom deze kwesties niet eerder dan vandaag naar voren zijn gebracht. Ik liet mijn stafchef bellen met de staf van de Commissie 11 September om de vraag te stellen: ‘Waarom hebben jullie Able Danger niet genoemd in jullie eindverslag?’ De onderdirecteur van de staf [Christopher Kojim] zei: ‘Tja, we hebben het bekeken, maar het was niet de kant die we opwilden.’De vraag is dus, meneer de voorzitter, waarom ze die kant niet op wilden. Waar zal dat toe leiden? Wie nam de beslissing om tegen onze militairen te zeggen om niet achter Mohamed Atta aan te gaan?” [34]
  2. Laat in augustus 2005 traden drie leden van Able Danger naar buiten en bevestigden de “Atta-kaart”: Inlichtingenanalist van Defensie lt. kol. Anthony Shaffer, [35] projectleider Scott Phillpott, [36] en burgercontractant bij Defensie James D Smith [37] die zei: “Ik ben er absoluut zeker van dat Atta op onze kaart stond”.
    Een belangrijke getuigenis kwam van Smith tijdens een hoorzitting van het Huiscomité voor de Strijdkrachten, op 15 februari 2006. Hij legde uit dat hij in Los Angeles gebruik had gemaakt van Arabische informanten om een foto te kopen van Mohamed Atta en voegde eraan toe dat het één van rond de veertig foto’s was van al-Qaeda-leden op een kaart die hij in 2000 aan ambtenaren van het Pentagon had gegeven. [38] Smith zei verder:

    “Ik kan mee een visuele kaart herinneren waarop de connecties waren weergegeven van bekend terrorist Omar Abdul-Rahman binnen het geografisch gebied van New York City … de foto van Mohamed Atta … bevond zich op die kaart … Deze specifieke Atta-kaart is er niet meer, want die werd tijdens een verhuizing van mij in 2004 vernietigd.” Later zei Smith, toen hij de Inspecteur Generaal van het Pentagon uitlegde hoe de kaart verloren was gegaan: “Hij hing daar zo lang en er zat nogal wat plakband op omdat hij was opgerold. Tijdens het oprollen scheurde het plakband de kaart … het verscheurde zichzelf toen ik voorzichtig probeerde hem van de muur te halen … dus heb ik hem maar weggegooid.” [39]

    Tijdens de ondervraging ontstond de volgende dialoog:

    “Smith: … Ik heb een rechtstreekse herinnering aan de kaart omdat ik tot 2004 een kopie had … Op dat moment, na 11 September, toen er foto’s in de media verschenen en ik die vergeleek met die op de kaart, toen ik Atta’s foto daar zag, was ik enorm uitgelaten en ik liet aan iedereen die maar luisteren wilde de kaart zien die ik toen in bezit had. …

    Weldon: Hoe zeker bent u ervan dat Mohamed Atta’s naam en foto voorkwamen op de kaart?

    Smith: Ik ben er absoluut zeker van, ik keek er elke ochtend naar. …

    Weldon: En u denkt dat dat de kaart is die aan mij is gegeven en die ik aan het Witte Huis heb gegeven?

    Smith: Ja, meneer. Het was die kaart.

    Weldon: En u bent zich ervan bewust dat, toen ik de kaart aan het Witte Huis gaf, ik werd vergezeld door Dan Burton, de voorzitter van het Comité voor Overheidsoperaties, die aan de New York Times verklaarde dat hij feitelijk de kaart had laten zien aan Steve Hadley en hem de verbanden had uitgelegd?

    Smith: Ja, meneer”. [40]

  3. Toen het Pentagon begin september 2005 de 80 medewerkers van Able Danger interviewde vertelden nog twee personen dat ze een kaart hadden gezien waarop Atta’s naam stond, waarmee de in augustus 2005 vrijgegeven publieke uitspraken van Phillpott, Shaffer en Smith werden bevestigd. Met Dr. Eileen Preisser en ene meneer (waarschijnlijk Christopher) Westphal kwam het aantal mensen die de kaart had gezien op vijf, van wie vier zich de foto van Atta herinnerden. [41]
  4. Een afbeelding waarvan wordt beweerd dat het een kaart is van Able Danger, zoals hieronder weergegeven, kan op internet worden gevonden, [42] en ondersteunt het bestaan van de kaarten en hoe ze eruit zagen:Able Danger sample chart
  5. Voor wat betreft de 90 pagina’s tellende samenvatting van de Inspecteur Generaal van het Pentagon dat de herinneringen van het team niet accuraat waren, Dr. David Ray Griffin heeft een gedetailleerde analyse gemaakt die een beeld schetst van een gebrek aan transcripties, cirkelredeneringen en een bevooroordeelde behandeling van getuigen. [43]
  6. In een ongebruikelijke zijstap, weg van overheids en militaire onderzoeksprocedures, refereert het rapport van de Inspecteur Generaal alleen aan de posities van de getuigen, ze worden niet bij naam genoemd, waardoor de getuigen worden beschermd middels anonimiteit, ook al ging het niet om een strafrechtelijk onderzoek. [44]
    In de woorden van congreslid Sheldon: “Het rapport veegt de vloer aan met de reputaties van militaire officieren die de moed hadden om naar voren te treden en hun nek uit te steken om het belangrijke werk dat ze voor 11 September deden om het netwerk van al-Qaeda in kaart te brengen, uit te leggen … Ik ben geschokt dat de Inspecteur Generaal van het Ministerie van Defensie zou verwachten dat het Amerikaanse publiek dit echt zou zien als en volledig en grondig onderzoek.” [45]
Samenvatting en conclusie

Door het bewijs zoals hieronder opgesomd wordt de officiële lezing van 11 September ongeloofwaardig:

  1. Het Eindverslag Commissie 11 September beschrijft Mohamed Atta als de “tactisch leider van het 11 September-complot”.
  2. Volgens het officiële verhaal kwam Mohamed Atta in juni 2000 aan in de VS, maar feitelijk was dat maanden eerder (januari/februari 2000).
  3. Volgens het officiële verhaal wisten de Amerikaanse inlichtingendiensten niet voor 11 September dat hij in het land was, terwijl een groot onderzoeksproject, opgezet door twee Opperbevelhebbers van het Commando Speciale Operaties van het Ministerie van Defensie (SOCOM) met bewijs kwam dat aantoonde dat de man die Mohamed Atta werd genoemd waarschijnlijk al vanaf januari 2000 in de Verenigde Staten verbleef.
  4. Dit bewijs werd bij drie gelegenheden weggehouden van FBI.
  5. De Commissie werd in oktober 2003 en in juli 2004 ingelicht over het bewijs aangaande Atta, maar nam het bewijs niet op in hun Eindverslag van juli 2004 en beschreef het later als zijnde “historisch niet van belang”.
  6. Van de vijf getuigen die het bewijs onderschreven werd later beweerd dat ze onbetrouwbaar waren of dat hun geheugen niet goed was.
  7. De officiële lezing houdt niet alleen incompetentie in, maar duidt op een bewust toedekken, met ernstige implicaties.

In het beste geval wordt de officiële lezing van 11 September in het licht van dit bewijs ongeloofwaardig, en het lijkt erop dat het publiek wordt opgezadeld met leugens en een doofpot.
En in het slechtste geval werd de man die Mohamed Atta werd genoemd beschermd door elementen binnen het Pentagon en toegestaan zich vrijelijk te bewegen en te handelen tot aan 11 September.

<< Vorig Punt, Volgend Punt >>

Referenties voor Punt H-2

Er bestaat een aanzienlijke hoeveelheid bewijs dat de man die zich voor 11 September in de Verenigde Staten “Mohamed Atta” noemde, en die er na 11 September van werd beschuldigd één van de (vermeende) kapers te zijn, niet de echte Mohamed Atta was. In de eerste plaats waren het gedrag en de houding van de twee mannen naar verluidt erg verschillend:

  • Volgens de Amerikaanse pers was Mohamed Atta een stevige drinker. Na vijf glazen wodka, zo schreef Newsweek, schreeuwde Atta een Arabisch woord dat “grofweg vertaald kan worden als ‘F—k God.’” Onderzoeksjournalist Daniël Hopsicker, die een boek schreef over Atta, verklaarde dat Atta regelmatig stripclubs bezocht, naar prostituees ging, zwaar dronk en cocaïne snoof. Atta woonde zelfs een aantal maanden samen met een stripteuse en, nadat ze hem eruit had gegooid, kwam hij terug, rukte de ingewanden van haar kat eruit en trok haar kittens de poten uit. (Daniël Hopsicker, “De geheime wereld van Mohamed Atta: Een interview met Atta’s Amerikaanse vriendin”, InformationLiberation, 20 augustus 2006.
  • Maar volgens professor Dittmar Machule, Atta’s theseopzichter bij de technische universiteit van Hamburg in de jaren 1990′, was Atta “zeer religieus”, bad hij regelmatig en weigerde hij de hand te schudden met een vrouw wanneer hij werd voorgesteld. En wat alcohol betreft: “Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken”, zei de professor, “dat hij nooit alcohol zal drinken of zelfs maar aanraken.” (Professor Dittmar Machule, “Interviewed by Liz Jackson, A Mission to Die For”, Four Corners, 18 oktober 2001.)

Ook zagen de mannen er naar bericht heel verschillend uit.

  • Het gezicht van de Amerikaanse Atta is vaak beschreven als hard en gemeen, iets dat wordt bevestigd door de standaard foto’s van de FBI. Het gezicht van de Hamburgse student verschilde daar erg van, zoals foto’s laten zien die beschikbaar zijn op internet. (De foto’s kunnen worden vergeleken op 911Review.)
  • Daarnaast beschrijft de professor Atta als “erg klein, 1,62 m lang”, terwijl de Amerikaanse Atta wordt omschreven als 1,76 tot 1,78 m in lengte. Professor Machule omschreef Atta als “geen body guard-type” maar “meer meisjesachtig.” (Professor Dittmar Machule, “Interview by Liz Jackson, A Mission to Die For”, Four Corners, 18 oktober 2001.)
Representative Curt Weldon (R-Penn.), US House of Representatives, “Congressional Record: June 27, 2005 (House)”, en “Lt. Col. Shaffer’s Written Testimony: Able Danger and the 9/11 Attacks”, Armed Services Committee, US House of Representatives, 15 februari 15 2006.
Keith Phucas, “Missed chance on way to 9/11”, Times Herald, 19 juni 2005.
US Congressional Record, 25 juni 2005, p. H5249.
Kean-Hamilton Statement on Able Danger”, 12 augustus 2005.
Zie Senator Joe Biden’s commentaar tijdens de Hoorzitting voor de Gerchtscommissie, Senaat van de Verenigde Staten, 21 september 2005. Zie ook: Shaun Waterman, “Pentagon gags ‘Able Danger’ team”, UPI Business News, 20 september 2005.
Able Danger and Intelligence Information Sharing”, Hoorzitting voor de Gerchtscommissie, Senaat van de Verenigde Staten, 21 september 2005.
Curt Weldon Address to the House: Able Danger Failure”, UPI Business News, 19 oktober 2005, blz. H8983.
The 9/11 Commission Report, juli 2004, blz. 434.
Philip Shenon, “Second Officer Says 9/11 Leader Was Named Before Attacks”, New York Times, 23 augustus 2005.
Philip Shenon en Douglas Jehl, “9/11 Panel Seeks Inquiry on New Atta Report”, New York Times, 10 augustus 2005.
Kean-Hamilton Statement on Able Danger”, 12 augustus 2005, blz. 4.
Kean-Hamilton Statement on Able Danger”, 12 augustus 2005, blz. 2.
Devlin Barrett, “Panel Rejects Assertion US Knew of Atta before Sept. 11”, Associated Press, 15 september 2005.
Philip Shenon, “Pentagon Bars Military Officers and Analysts From Testifying”, New York Times, 21 september 2005.
Able Danger and Intelligence Information Sharing”, Hoorzitting voor de Gerchtscommissie, Senaat van de Verenigde Staten, 21 september 2005.
The Night before Terror”, Portland Press Herald, 5 oktober 2001.
Pat Milton. “Investigator: Hijack leader Atta visited New York before attacks”, Associated Press, 10 december 2001.
Keith Phucas, “Able Danger Source Goes Public”, The Times Herald, 17 augustus 2005. Shaffer’s advocaat Mark Zaid getuigde: “Luitenant kolonel Shaffer kan zich specifiek herinneren dat hij de aanwezigen waaronder personeel van Defensie, heeft geïnformeerd dat Able Danger twee of drie succesvolle cellen van 11 September had geïdentificeerd, waaronder die van Atta.” Zie “Prepared Statement of Mark S. Zaid”, “Able Danger and Intelligence Information Sharing”. Hoorzitting voor de Gerchtscommissie, Senaat van de Verenigde Staten, 21 september 2005.
The 9/11 Commission, “Memorandum for the Record: Interview – Commander Scott Phillpott”, 13 juli 2004.
Kean-Hamilton Statement on Able Danger”, 12 augustus 2005.
Philip Shenon, “Pentagon Bars Military Officers and Analysts From Testifying”, New York Times, 21 september 2005.
David Morgan. “Pentagon blocking September 11 inquiry: Senator”,gepost op 23 september 2005. Oorspronkelijk uitgegeven door Reuters, 21 september 2005 (niet langer beschikbaar, maar opgepikt door Pravda.
Curt Weldon, Address to the House, Congressional Record, 27 juni 2005, blz. H5250.
Keith Phucas, “Able Danger Source Goes Public”, The Times Herald, 17 augustus 2005.
Philip Shenon, “Naval Officer Says Atta’s Identity Known Pre-9/11: Captain is Second Military Man to Say Terrorist Was Named.New York Times, 23 augustus 2005, opgepikt door de San Francisco Chronicle.
Third Source Backs ‘Able Danger’ Claims About Atta”, FoxNews.com, 28 augustus 2005. Merk op dat de naam Christopher Kojm’s in dit bericht verkeerd is weergegeven als Cojm.
James Rosen, “Able Danger Hearing Sets Intelligence Officers at Odds”, The News & Observer, 16 februari 2006.
Joint Hearing on the Able Danger Program. Subcommittees on Strategic Forces and on Terrorism, Unconventional Threats, and Capabilities, House Armed Services Committee, 15 februari 2006.
Associated Press, “More remember Atta ID’d as terrorist pre-9/11”, 1 september 2005; Thom Shanker, “Terrorist Known Before 9/11, More Say”, New York Times, 2 september 2005.
Sherman de Brosse, “Able Danger, Mohamed Atta and Ali Mohammed”, 5 november 2010.

 

Comments are closed.