Punt PC-3: Mobiele telefoontjes vanuit de vliegtuigen: De eerste officiële lezing

<< Vorig Punt, Volgend Punt >>

Inleiding
Hoewel het publieke begrip van de aanvallen op 11 september vanaf het begin zwaar leunde op vermeende “mobiele telefoongesprekken vanuit de vliegtuigen” was er gedurende een aantal jaren – van september 2001 tot juli 2004, toen het Het Eindverslag Commissie 11 September werd uitgegeven – geen officiële verklaring met betrekking tot de vermelde gesprekken. Maar toch werden ideeën verspreid over dergelijke gesprekken per mobiele telefoon door de Amerikaanse leidende media, [1] en deze ideeën werden nooit betwist door de FBI of (later) door de Commissie 11 September. Deze ideeën kunnen bij verstek de eerste officiële lezing betreffende de vermelde mobiele telefoongesprekken worden genoemd.

De eerste officiële lezing is van belang omdat deze in 2006 werd weerlegd door de FBI, en het Het Eindverslag Commissie 11 September kan worden gezien, gelezen in het licht van dit latere rapport van de FBI, als een expliciete bevestiging van slechts twee van de vermelde mobiele gesprekken, beide gevoerd vanaf geringe hoogte (zoals vermeld onder Punt PC-4: “Telefoontjes vanuit de Vliegtuigen: De Tweede Officiële Lezing”).

De officiële lezing: Eerste versie
Passagiers en bemanning op de vluchten van 11 september waren in staat, zo berichtten de media, om mobiele telefoons (evenals boordtelefoons) te gebruiken om mensen op de grond te laten weten wat zich aan boord van hun vliegtuigen afspeelde:

  • De dag na 11 september meldde een verslag van de BBC: “Een hogere Amerikaanse inlichtingenambtenaar vertelde MSNBC.com dat mobiele telefoongesprekken vanaf [UA] Vlucht 93 aangeven dat drie passagiers de kapers overmeesterden maar niet in staat waren de controle over het vliegtuig te behouden.” [2]
  • De dag daarop (13 september 2001) schreef de Washington Post: “[Passagier Jeremy] Glick’s mobiele telefoongesprek vanuit Vlucht 93, en andere dergelijke gesprekken, geven de tot nu toe meest dramatische inkijk in wat er aan boord van de vier gekaapte vliegtuigen gebeurde.” [3]
  • Hetzelfde verhaal in de Post over deze vlucht zei: “Het vliegtuig was nu een eenzaam vaartuig, de passagiers gingen hun zeker lot tegemoet. Maar toch, ondanks hun rol in het grotere drama, raakten zij opnieuw verbonden door mobiele telefoons.” [4]

De media gaven ook verslagen van bepaalde passagiers en stewardessen in de vliegtuigen die hun mobiele telefoon gebruikten om te communiceren met mensen op de grond (Waar mogelijk is het interview van de FBI met de ontvanger van het telefoontje, over het algemeen afgenomen op de ochtend van 11 september, vermeld in de voetnoten):

  • Op de middag van 11 september berichtte CNN dat Landsadvocaat Theodore “Ted” Olson aan CNN had verteld dat zijn vrouw, de bekende commentator van CNN Barbara Olson, hem “twee keer had gebeld met een mobiele telefoon vanaf American Airlines Vlucht 77”, en verklaarde dat het vliegtuig was overgenomen door kapers met “messen en stanleymessen.” [5] Tijdens zijn interview met de FBI zei Olson dat hij niet wist of de gesprekken waren gevoerd vanaf haar mobiele telefoon of de boordtelefoon. [6] In volgende interviews met de media schakelde Olson heen en weer tussen dat zijn vrouw een mobiele telefoon had gebruikt en dat ze had gebeld met de boordtelefoon aan haar stoel. Maar in bijna alle gevallen werd in de media bericht, in lijn met het oorspronkelijke verslag op CNN, dat het ging om een mobiel telefoongesprek.
  • Later op 11 september meldde een verhaal van Associated Press dat de zakenman Peter Hanson zijn vader had gebeld – Lee Hanson uit Connecticut – vanaf United Vlucht 175. AP verklaarde dat “een dominee het telefoontje naar Lee Hanson had bevestigd.” [7]
  • Volgens de Washington Post van 13 september sprak Kathy Hoglan over haar neef, Mark Bingham. In “zijn mobiele telefoontje aan haar” vanaf UA 93, zo zei ze naar verluidt, “kon hij zijn tante en zijn moeder, Alice Hoglan, alleen vertellen dat het vliegtuig was gekaapt en dat hij van hen hield.” [8]
  • Op 16 september zei schrijver voor de Washington Post David Maraniss in een bespreking van UA 175: “Brian Sweeney belde zijn vrouw Julie: ‘Hoi Jules,’ zei Brian Sweeney in zijn mobiele telefoon, ‘dit is Brian. We zijn gekaapt en het ziet er niet zo best uit.’” [9] Volgens het interview van de FBI met Julie Sweeney op 2 oktober 2001 was ze niet thuis toen haar man belde. “Toen ze thuiskwam zag ze dat haar man een bericht had ingesproken op hun antwoordapparaat, vanaf zijn mobiele telefoon vanuit het vliegtuig. Het antwoordapparaat gaf aan dat het bericht om ongeveer 8:58 was ingesproken.” [10] Op dat moment bevond UA 175 zich volgens de verslagen op een hoogte van ongeveer 7,5 kilometer. (Het is belangrijk op te merken dat het bericht was achtergelaten op het antwoordapparaat van Julie Sweeney, wat het moeilijk maakt om te beweren dat haar relaas – dat haar man had gebeld met zijn mobiele telefoon – was gebaseerd op slecht gehoor of geheugen.)
  • Maraniss, die zei dat de passagiers aan boord van UA 93 “opnieuw werden verbonden door hun mobiele telefoons”, voegde er ook nog aan toe: “Thomas E Burnett Jr., een zakenman uit Californië, belde zijn vrouw Deena vier keer.” In een verhaal van AP op 12 september schreef Martha Raffaele: “In een reeks van vier mobiele telefoongesprekken had Burnett zijn vrouw Deena de FBI erbij laten halen.” Het verslag van het interview van de FBI met Deena, dat plaatsvond op 11 september, de dag zelf, geeft aan dat ze had gesproken van “drie tot vijf mobiele telefoontjes.” [11] Een jaar later schreef journalist voor McClatchy Greg Gordon dat Deena Burnett “vreemd gekalmeerd was door de rustige stem van haar man door de mobiele telefoon.” [12] Een stukje over Deena Burnett tijdens de Early Show van CBS zei: “Tom Burnett pleegde vier telefoontjes met zijn mobiele telefoon vanaf Vlucht 93 naar Deena Burnett’s huis en vertelde haar dat hij en een paar andere passagiers ‘iets gingen doen.’” [13]
  • Op 22 september begon een verhaal in de Pittsburgh Post Gazette over passagier aan boord van UA 93 Marion Britton: “Ze belde haar oude vriend Fred Fiumano, van wie ze een mobiele telefoon had geleend.” [14]

Overzicht: Reacties van de Commissie 11 September en de FBI

Het Eindverslag Commissie 11 September leek de waarheid van het beeld dat in de media was geschetst te steunen – dat er verschillende mobiele telefoontjes waren gepleegd vanaf de vluchten op 11 september – door te verwijzen naar interviews door de FBI die berichtten over mobiele telefoongesprekken, terwijl er nooit ook maar enige reden werd aangedragen om dit te betwijfelen

  • Met betrekking tot het voornoemde verslag over zakenman Peter Hanson – volgens welk hij zijn vader had gebeld – schreef de FBI, die zijn vader (Lee Hanson) had ondervraagd: “Hij meende dat zijn zoon hem met zijn mobiele telefoon belde.” [15]
  • Met betrekking tot de voornoemde verhalen dat Deena Burnett meerdere telefoontjes van haar man, Thomas Burnett, had ontvangen schreef de FBI, die haar op 11 september ondervroeg: “Burnett kon bepalen dat haar man zijn eigen mobiele telefoon gebruikte.” [16]
  • Bij het bespreken van UA 93 (welke de bron was van meeste vermelde mobiele telefoongesprekken) schreef de Commissie: “Kort [na 9:32 ’s ochtends] begonnen passagiers en bemanning een reeks telefoontjes te plegen vanaf de boordtelefoons van GTE en hun mobiele telefoons … Ten minste tien passagiers en twee bemanningsleden deelden vitale informatie met familieleden, vrienden, collega’s of anderen op de grond.” [17]

Dienovereenkomstig suggereerden de media dat passagiers en bemanningsleden op de vluchten van 11 september met mensen op de grond spraken via mobiele telefoons, en deze suggestie werd nooit betwist door de FBI en de Commissie 11 September tot 2006, toen de FBI onder ede bewijs overlegde in het proces tegen Moussaoui dat er slechts sprake was van twee mobiele telefoongesprekken (op geringe hoogte).

Het beste bewijs

Verschillende technologische rapporten tussen 2001 en 2004 geven aan dat, gezien de in 2001 beschikbare mobiele telefoons, mobiele telefoongesprekken vanuit vliegtuigen op grote hoogte – wat inhoudt boven zes kilometer – zeer onwaarschijnlijk waren. [18]

De meest omvangrijke van deze rapporten waren afkomstig van de Canadese wiskundige en wetenschapper A K Dewdney, die jarenlang een column schreef voor Scientific American. [19] In 2003 publiceerde hij verslagen van experimenten die hij had uitgevoerd met één en tweemotorige vliegtuigen, waarmee hij aantoonde dat op een hoogte van zes kilometer er een kans was van 1 op 100 op een succesvol telefoontje vanuit een eenmotorig vliegtuig, en dat vanuit een tweemotorig vliegtuig (dat beter is geïsoleerd) de kans van slagen op twee kilometer 0% was. Hij wees er ook op dat een mobiele telefoon in grote vliegtuigen, die nog beter zijn geïsoleerd, op zelfs nog lagere hoogte zou falen. [20]

  • Wanneer de tijden van de vermelde telefoontjes worden vergeleken met de officiële gegevens van de vluchtpaden dan wordt duidelijk dat een aantal telefoontjes waarover in de media werd bericht plaatsvonden op een moment dat de vliegtuigen zich op een hoogte boven de twaalf kilometer bevonden, en alle telefoontjes boven de 6 kilometer werden gevoerd. [21]
  • Dewdney’s rapport stond niet alleen. Verschillende artikelen, uitgegeven tussen 2001 en 2004, roepen twijfels op over de geloofwaardigheid van mobiele telefoongesprekken. [22]
  • In 2004 berichtte Qualcomm over een succesvolle demonstratie van een volledig nieuwe soort mobiele telefoontechnologie, waarbij sprake was van een “picocell”, die het passagiers zou toestaan “telefoontjes te plegen en te ontvangen alsof ze zich op de grond bevonden.” American Airlines kondigde aan dat deze nieuwe technologie werd verwacht commercieel beschikbaar te zijn in 2006. [23] Feitelijk kwam deze technologie op commerciële vluchten beschikbaar in maart 2008. [24]
  • De telefoonmaatschappijen hadden, zelfs voor 11 september, uitgebreide gegevens bijgehouden van elk telefoontje via de driezijdige zendmasten, en deze gegevens verschaffen de mogelijkheid om posities te bepalen. [25] Dergelijke gegevens worden op regelmatige basis opgevraagd bij rechtszaken en zouden zijn gebruikt bij het enorme onderzoek naar mobiele telefoons dat volgde. [26]

Daarom kunnen de hierboven beschreven telefoongesprekken vrijwel zeker niet zijn ontvangen van elk van de vliegtuigen op 11 september.

Conclusie
Te beginnen met de vermelde mobiele gesprekken van Barbara Olson aan boord van UA 93 leunde de (eerste) officiële lezing van de aanvallen op 11 september zwaar op de verhalen in de media over mobiele telefoontjes vanaf de vluchten op 11 september.

Van 2001 tot 2006 leken dergelijke verhalen te worden ondersteund door de FBI en de Commissie 11 September. De Commissie meldde de verhalen over Barbara Olson van American 77; Peter Hanson en Brian Sweeney van United 175; en Mark Bingham, Marion Britton, Tom Burnett en Jeremy Glick van UA 93. De Commissie 11 September en de FBI deden bovendien niets wat een twijfel zou werpen over het geloof dat mensen aan boord van de vliegtuigen op 11 september mobiele telefoons zouden hebben gebruikt om met mensen op de grond te spreken. [27]

Daarom is de (eerste) officiële lezing betreffende de telefoontjes vanuit de vliegtuigen op 11 september, waaruit het dramatische verhaal voor het publiek ontstond, objectief beschouwd zo onwaarschijnlijk dat het ongeloofwaardig wordt – een feit dat twijfels oproept over de geloofwaardigheid van de officiële lezing betreffende 11 september als geheel.

<< Vorig Punt, Volgend Punt >>

Referenties voor Punt PC-3
“Werd er Melding Gedaan van Kapers in Mobiele Telefoongesprekken?” Hoofdstuk 17, David Ray Griffin, Tegenstrijdigheden op 11 September: Een Open Brief aan het Congres en de Pers (Northhampton: Olive Branch [Interlink Books], 2008). De media onderzocht de berichten over mobiele telefoons niet, en dat in een tijd waar het gebruik ervan aan boord van vliegtuigen niet alleen hoogst onwaarschijnlijk was, het was ook verboden in de reglementen van zowel de Autoriteit Nationale Luchtvaart (FAA) als de Federale Commissie Communicatie. Zie: Telefoonvrije Zone op Vluchten Komt Misschien te Vervallen, CNN, 3 oktober 2004; en ook Mobiele Telefoons op Vluchten Overwogen, in de Washington Post, 9 december 2004.
‘I know we’re all going to die’ [Ik weet dat we allemaal zullen sterven]”, BBC, 12 september 2001.
Charles Lane en John Mintz, “Bid to Thwart Hijackers May Have Led to Pa. Crash [Poging om Kapers te Stoppen Leidde Wellicht tot Neerstorten in Pennsylvania]”, Washington Post, 13 september 2001 (oorspronkelijk op www.washingtonpost.com/ac2/wp-dyn/A14344-2001Sep11 maar nu alleen hier).
Ibid.
Tim O’ Brien, “Echtgenote Landsadvocaat Alarmeerde Hem over Kaping Vliegtuig”, CNN, 12 september 2001, 2:06 AM. Hoewel dit verhaal, zoals het nu terug te vinden is in de archieven van CNN, aangeeft dat het verhaal werd geplaatst om 2:06 op 12 september, verschenen op blogs berichten erover om 15:51 op 11 september (zie hier en hier). Drie dagen later, op Fox News, suggereerde Olson dat ze een “vliegtuigtelefoon” had gebruikt. (Hannity & Colmes, Fox News, 14 september 2001). Later diezelfde dag vertelde Olson bij Larry King dat ze een mobiele telefoon gebruikt moest hebben (Amerika’s Nieuwe Oorlog: Herstel van de Tragedie, tijdens Larry King Live, CNN, 14 september 2001). In november stond hij weer de boordtelefoon-versie voor (Theodore B Olson, Barbara K Olson Herdenkingstoespraak, 16 november, Federalist Society), wat hij een aantal maanden later herhaalde in een interview dat zijn laatste openbare verklaring over het onderwerp lijkt te zijn (Toby Harnden, Ze Vroeg Me Hoe het Vliegtuig te Stoppen, in de Daily Telegraph, 5 maart 2002). Een jaar na 11 september berichtte CNN echter nog steeds dat Barbara Olson haar man “met haar mobiele telefoon” had gebeld (Over 11 September, Laatste Woorden van Liefde, CNN, 10 september 2002).
Bijvoorbeeld, David Maraniss zei in een artikel in de Washington Post, vier dagen na de aanval: “Tegen 9:25 belde één van de passagiers, televisiecommentator Barbara K Olson, haar man, Landsadvocaat Theodore B Olson, met haar mobiele telefoon.” David Maraniss, 11 September 2001, in de Washington Post, 16 september 2001; geüpdate op 20 september 2001 (oorspronkelijk op www.washingtonpost.com/ac2/wp-dyn/A38407-2001Sep15). Op de website van de Post is dit artikel niet meer beschikbaar. Maar onder een nieuwe titel (“Gewone Werkdag Verandert in Onwerkelijke Terreur”) is het op een andere site te vinden. Het interview met Olson, afgenomen op 11 september, is online te zien, met dank aan Intelwire.
Karen Gullo en John Solomon, Amerikaanse Experts Verdenken Osama bin Laden, Beschuldigde Architect van ’s Werelds Ergste Terreuraanval, Associated Press, 11 september 2001. Het interview van meneer Hanson met de FBI op 11 september (backup), waarin hij zegt dat hij meende dat zijn zoon belde met zijn mobiele telefoon is online beschikbaar met dank aan Intelwire. Hanson’s moeder, mevrouw Eunice Hanson, meldde het mobiele telefoongesprek aan andere door de FBI geïnterviewden.
Charles Lane en John Mintz, “Poging om Kapers te Stoppen Leidde Wellicht tot Neerstorten in Pennsylvania”, Washington Post, 13 september 2001.
David Maraniss, “11 September 2001”, in de Washington Post, 16 september 2001, opnieuw geplaatst als “Another workday becomes a surreal plane of terror”.
Het interview van de FBI met Julie Sweeney is online beschikbaar, zie pagina 15. De hoogte is te zien op pagina 4 van de Studie Vluchtpad NTSB.
Martha Raffaele, Passagiers Hebben Misschien Kapers Tegengewerkt, Associated Press, 12 September 2001. Het interview met Deena Burnett is online beschikbaar.
Zie Greg Gordon, “Weduwe Verteld over Aangrijpende Laatste Telefoontjes”, Sacramento Bee, 11 september 2002.
Twee Jaar Later, CBS News, 10 september 2003.
Tim McKinnon, Gesprek van 13 Minuten Bindt Haar voor Altijd aan Held, in de Pittsburgh Post Gazette, 22 september 2001. Een interview door de FBI op 20 september 2001 gaf aan dat Britton met een “mobiele telefoon” had gebeld tijdens de kaping van Vlucht 93.
FBI, Interview met Deena Lynn Burnett (telefoontje vanuit gekaapt vliegtuig), Commissie 11 September, Brondocumenten FBI, Chronologisch, 11 september 2001, Intelwire, 11 september 2001.
“Volgens Marco Thompson, voorzitter van de Raad Telecommunicatie San Diego: ‘Mobiele telefoons zijn niet ontworpen om te worden gebruikt in vliegtuigen. Ook al doen ze het wel.’ De globale regel is dat de telefoon wel werkt tot een hoogte van ongeveer drie kilometer indien het vliegtuig een lage snelheid heeft en over een stad vliegt. ‘Het ligt er ook aan hoe snel het vliegtuig vliegt, en de positie ten opzichte van zendmasten,’ zei Thompson. ‘Misschien dat het op negen kilometer even werkt als men vlak bij een zendmast is, maar de kans is klein en de verbinding zal snel wegvallen.’ Ook is het doorgeefproces van mast tot mast moeilijker. Het is gemaakt voor een snelheid van maximaal tussen 100-160 km/u. ‘Ze zijn niet gemaakt voor vliegtuigen die 650 km/u vliegen.’” San Diego Metropolitan (backup), oktober 2001.
A K Dewdney, Verslag Project Achilles: Deel één, Twee en Drie, in Physics 911, 23 januari 2003; De Mobiele en Boordtelefoongesprekken van Vlucht UA 93, in Physics 911, 9 juni 2003.
De resultaten van het experiment van Dewdney met een tweemotorig vliegtuig worden gemeld in Barrie Zwicker, Torens van Bedrog: De Media Doofpot van 11 September (Gabriola Island, BC: New Society Publishers, 2006), blz. 375.
Bijvoorbeeld: Volgens het Het Eindverslag Commissie 11 September, wat een reflectie was van de officiële documenten, bevond United Vlucht 93 zich op 10,4 kilometer toen passagiers en bemanning begonnen met bellen, en klom het snel “naar 12,4 kilometer” (Het Eindverslag Commissie 11 September, blz. 11-12, 29). De tijdstippen van de telefoontjes kunnen worden vergeleken met de tijdstippen van de verschillende hoogten in het vluchtpad.
Betsy Harter, Laatste Contact, in het Telephony’s Wireless Review, 1 november 2001; Zullen Mobiele Telefoons in Vliegtuigen Worden Toegestaan? In de Travel Technologist, 19 september 2001; Michel Chossudovsky, Meer Gaten in het Officiële Verhaal: De Mobiele Telefoongesprekken op 11 September, Global Research, 10 augustus 2004; Ted Twietmeyer, Mobiele Telefoongesprekken op 11 September vanuit de Vliegtuigen? Niet Waarschijnlijk, 23 augustus 2004.
QUALCOMM Persbericht, “American Airlines and QUALCOMM Complete Test Flight to Evaluate In-Cabin Mobile Phone Use [American Airlines en QUALCOMM Klaar met Testvlucht voor Evaluatie Gebruik Mobiele Telefoon aan Boord]”, 15 juli 2004.
Stephen Castle, Tijdperk Mobiele Telefoons in Vliegtuigen Begint in Europa, in de New York Times, 18 april 2008. In tegenstelling tot dit rapport en de in de vorige zes punten genoemde rapporten publiceerde de New York Times drie dagen na 11 september een verhaal wat verklaart dat “mobiele telefoons gedurende bijna ieder moment van een commerciële vlucht werken” (Simon Romero, Na de Aanvallen: Communicaties; Een Nieuw Perspectief op de Kwestie van Gebruik Mobiele Telefoon in Vliegtuigen, in de New York Times, 14 september 2001. Dit verhaal lijkt het beste begrepen te kunnen worden als disinformatie om twijfels de grond in te stampen of de vermelde mobiele telefoongesprekken vanuit de vliegtuigen plaats hadden kunnen vinden.
Bijvoorbeeld, dergelijke gegevens zijn sinds 2000 beschikbaar (middels een Texaans bedrijf).
Deze gegevens zouden zeker als bron zijn vermeld tijdens de “studie van alle telefoongegevens van de vlucht, een onderzoek van de mobiele belgegevens van iedere passagier aan boord van 9/11 [sic] die een mobiele telefoon bezat, en interviews met iedereen die een gesprek vanaf de vlucht ontving, evenals met de familieleden van andere passagiers en bemanning. Dit werk (zie referentie hier) werd uitgevoerd als ondersteuning voor de rechtszaak van het Amerikaanse Ministerie van Justitie tegen Zacarias Moussaoui.” Deze gegevens zijn echter nooit aangehaald door officials om: (1) goedkeuring te verlenen aan het veranderen van de status van eerdere rapporten over mobiele of boordtelefoongesprekken, of (2) steun te geven aan de status van de twee vermeende mobiele gesprekken op geringe hoogte van Felt en Lyles.
Het Eindverslag Commissie 11 September, blz. 8 (Hanson en Brian Sweeney), blz. 9 (Olson), blz. 11, 28, (Burnett) en blz. 456 (Bingham en Glick).

 

Comments are closed.