Punt TT-6: De bewering dat er geen gesmolten staal of ijzer
Punt TT-6: in de WTC gebouwen aanwezig was

<< Vorig Punt, Volgend Punt >>

Inleiding

Volgens de officiële lezing werden de Twin Towers tot instorten gebracht door de inslag van de vliegtuigen en door brand, en in het geval van WTC 7, alleen door brand. Eén van de implicaties van deze verklaring is dat de vernietiging geen gesmolten staal of ijzer als gevolg zou hebben gehad, iets wat gebeurd wanneer staal smelt door gebruik van bepaalde substanties zoals thermiet. Constructiestaal zal niet smelten totdat het een temperatuur bereikt van 1.482°C, en ijzer smelt niet totdat het een temperatuur bereikt van 1.538°C. [1] De branden die ontstonden door de gecrashte vliegtuigen, zelf met vliegtuigbrandstof, zouden niet heter geweest kunnen zijn dan 1.000°C. Dit betekent dat deze ten minste 500°C lager waren dan de temperatuur die noodzakelijk is om staal of ijzer te smelten. De aanwezigheid van gesmolten staal of ijzer zou derhalve hebben geïmpliceerd dat het bouwstaal was gesmolten door iets anders dan de vliegtuigen en de branden die daaruit ontstonden.

De officiële lezing

Er is geen bewijs dat enig gesmolten staal of ijzer is aangetroffen in de gebouwen van het WTC.

Het NIST rapport beschreef dat de Twin Towers tot instorting werden gebracht door de impact van de vliegtuigen en de branden die daaruit ontstonden, welke werden ontstoken door de vliegtuigbrandstof. [2] WTC 7, dat nooit werd geraakt door enig vliegtuig, kwam alleen ten gevolge van de brand tot instorten. [3] Er zou hierom geen reden zijn voor het ontstaan van gesmolten staal of ijzer. [4]

Gesmolten staal of ijzer werden niet genoemd in het Het Eindverslag Commissie 11 September[5] het NIST rapport over de Twin Towers, [6] of het NIST rapport over WTC 7. [7] Deze stilte omtrent gesmolten staal of ijzer impliceert hun afwezigheid.

Het bestaan van gesmolten staal (of ijzer) werd onbegrijpelijkerwijze ontkend door één van de auteurs van de NIST rapporten, ingenieur John L. Gross. [8] Tijdens een lezing op de Universiteit van Texas in oktober 2006, werd Gross een vraag gesteld over “een poel van gesmolten staal”, waarop hij antwoordde:

“Laten we teruggaan naar de eerdere aanname, dat er een poel van gesmolten staal was. Ik ken absoluut niemand — geen ooggetuigen die dit zeiden, niemand die bewijs heeft geleverd.” [9]

In een publicatie die verscheen ver na het rapport van NIST in 2011 schreven zij: “Onderzoekers van NIST, en experts van het Amerikaans Genootschap voor Ingenieurs (ASCE) en het Genootschap Werktuigbouwkundigen New York (SEONY) – die het staal van het WTC hebben onderzocht op de rampplek en in de opslagplaatsen van het geborgen staal – hebben geen bewijs gevonden voor gesmolten staal in de torens voorafgaand aan het instorten.”

Het rapport zei verder:

“De conditie van het staal in de puinhopen van de torens van het WTC (ofwel of het al dan niet was gesmolten) is voor het onderzoek naar het instorten niet van betekenis omdat het geen onweerlegbare informatie verschaft over de staat van het staal toen de torens nog overeind stonden.”

Uiteindelijk zei dit rapport:

“Het is onder bepaalde omstandigheden mogelijk dat er wat staal is gesmolten in de puinhoop na het instorten van de gebouwen. Het is waarschijnlijker dat enig gesmolten staal in de puinhoop het resultaat was van een lange blootstelling aan hoge temperaturen in de puinhoop dan van de korte blootstelling aan branden of explosies toen de gebouwen nog overeind stonden.” [10]

Samenvattend:

  1. Het verslag van NIST schrijft de instortingen toe aan kerosinebranden die niet heet genoeg waren om staal of ijzer te doen smelten.
  2. Er was geen bewijs voor gesmolten staal of ijzer, en er was ook geen reden om dit te verwachten.
  3. Zelfs al was er achteraf sprake van gesmolten ijzer of staal in de puinhoop, dit zou irrelevant zijn met betrekking tot de oorzaak van de ineenstorting.
Het beste bewijs
Geen van deze beweringen kunnen worden volgehouden.

  1. Het bewijs voor gesmolten staal of ijzer kan niet “irrelevant” worden genoemd vanwege het feit dat de branden in de gebouwen, zoals NIST al opmerkte, dit niet zouden kunnen verklaren. De enige verklaring die NIST suggereerde was dat, indien er sprake was van gesmolten ijzer of staal, dit het gevolg was van “een lange blootstelling aan hoge temperaturen in de puinhoop.” Maar NIST beweert dat de gebouwen instortten door kantoorbranden die op zijn hoogst een temperatuur hadden kunnen bereiken van 1.000°C. Het idee dat brandend puin van de gebouwen ook maar in de buurt zou kunnen komen van de temperatuur die nodig is om bouwstaal te doen smelten (1.482°C), [11] zonder de hulp van explosief of brandversnellend materiaal, is niet waarschijnlijk.
    Het is bovendien onwetenschappelijk. Natuurkundige Steven Jones schreef: “Bestaan er voorbeelden van gebouwen die omvallen als gevolg van brand of welke reden ook, anders dan de opzettelijke vernieling, waar grote hoeveelheden gesmolten metaal te zien zijn in het puin? Ik heb deze vraag voorgelegd aan tal van bouwkundigen en wetenschappers, maar tot nu toe heb ik geen voorbeelden gevonden. Is het dan niet vreemd dat bij drie gebouwen in Manhattan, die naar verluidt instortten als gevolg van brand, sprake is van grote poelen van gesmolten metaal in hun kelders na de ineenstorting op 11 september 2001? Het zou bijvoorbeeld interessant zijn dat een ondergrondse brand op één of andere manier grote poelen gesmolten metaal kon produceren, maar dan zouden daar in de geschiedenis voorbeelden van moeten zijn omdat er eerder grote branden hebben plaatsgevonden in talloze gebouwen. Het is niet afdoende om speculatief te argumenteren dat branden de oorzaak waren van deze drie poelen oranje-heet, gesmolten metaal.” Het feit dat de poelen metaal oranje van kleur waren is cruciaal, legde Jones uit, omdat iets de temperatuur van het ijzer had doen oplopen tot meer dan 2.000°C. [12]
  2. Er waren twee soorten bewijs voor gesmolten staal of ijzer in het puin:
    1. Tastbaar bewijs, dat in 2002 werd gepresenteerd in een verslag
      van FEMA en elders.
    2. Getuigenissen van vele geloofwaardige getuigen, waaronder brandweerlieden en ander deskundigen.

I. Tastbaar bewijs

I-A Het verslag van FEMA uit 2002

Journalist van de New York Times James Glanz, die tegen het einde van 2001 over de instorting van WTC 7 schreef, berichtte dat sommige ingenieurs zeiden dat een “combinatie van een ongecontroleerde brand en de structurele schade mogelijk in staat was om het gebouw neer te halen”, maar dat “verklaart niet”, volgens Dr. Barnett, “de aanwezigheid van stalen delen in de hoop puin waarvan het lijkt dat ze gedeeltelijk waren verdampt door buitengewoon hoge temperaturen.” [13]

Glanz refereerde aan Jonathan Barnett, een hoogleraar Ontwerp Brandbeveiliging aan het Worcester Polytechnisch Instituut (WPI). Begin 2002 publiceerden Barnett en twee collega’s van het WPI een analyse van een staalmonster van één van de torens en staalmonsters van WTC 7 als een appendix in de Prestatiestudie World Trade Center gebouwen van FEMA. [14] Hun bevindingen werden tevens vermeld in een artikel van het WPI, getiteld Het ‘diepe mysterie’ van het gesmolten staal, dat zei:

“Staal – dat een smeltpunt heeft van 2.800°F (1.538°C) – kan verzwakken en buigen, maar smelt niet in een gewone kantoorbrand. Toch heeft een metallurgische studie van staalmonsters van het WTC door het WPI een nieuw fenomeen onthuld – eutectische reactie genaamd – die aan het oppervlak plaatsvond en een intergranulair smelten veroorzaakte dat in staat was om solide stalen balken om te toveren tot Zwitserse gatenkaas.”

Opmerkend dat de New York Times deze bevindingen betitelde als “wellicht het diepste mysterie dat uit onderzoek naar voren kwam” voegde het artikel toe:

“Een kolom van 2,5 centimeter werd gereduceerd tot de helft van de dikte. De kanten – die waren opgekruld als een papieren rol – waren verdund tot bijna de dikte van een scheermes. Gapende gaten – soms groter dan een zilveren dollar – lieten licht schijnen door een voormalig solide stalen flens. Deze aanblik als van een Zwitserse gatenkaas deed alle brandexperts versteld staan. Ze verwachtten wel enige vervorming en verbuiging, maar geen gaten.” [15]

In het bespreken van “het diepste mysterie” zei de New York Times: “Het lijkt alsof het staal is weggesmolten, maar men geloofde dat geen enkele brandhaard in het gebouw heet genoeg was om staal te doen smelten.” [16] Dat was een understatement want een kantoorbrand, zelfs met de perfecte mix van zuurstof en brandstof, zou ten hoogste een temperatuur kunnen bereiken van 1.000°C. [17] Feitelijk schatte professor Thomas Eagar van het MIT (Massachusetts Instituut voor Technologie) dat de branden een temperatuur hadden van “waarschijnlijk slechts 1.200-1.300°F [648-704°C].” [18]

I-B. Het RJ Lee Rapport

In mei 2004 bracht de RJ Lee Groep een rapport uit met de titel Expert Report: WTC Dust Signature [Deskundigenrapport: Signatuur stof WTC], op verzoek van de Deutsche Bank, om (aan hun verzekeringsmaatschappij) te bewijzen dat het gebouw “doordringend was besmet met stof van het WTC, uniek eigen tot de gebeurtenissen bij het WTC.” [19] Het rapport somde vijf elementen op in deze signatuur. Eén ervan was: “Bolvormige ijzerdeeltjes en bolvormige of blaasvormige silicaatdeeltjes die het resultaat waren van blootstelling aan hoge temperaturen.” [20] Dit was het enige dat in het rapport uit 2004 werd gezegd over ijzer dat door hoge temperaturen werd gemodificeerd.

RJ Lee had echter eerder een rapport uitgegeven, in 2003, met de titel WTC Dust Signature Report: Composition and Morphology [Studie signatuur stof WTC: Samenstelling en morfologie], dat veel meer bevatte over ijzer. Het zei: “Deeltjes materiaal die door hoge temperaturen waren gemodificeerd, zoals de bolvormige deeltjes ijzer en silicaat, komen veelvuldig voor in het stof van het WTC … maar komen gewoonlijk niet voor in het stof van een ‘normale’ kantoorbrand.” [21] Deze versie van het rapport uit 2003 wijst er zelfs op dat, terwijl ijzeren deeltjes slechts zo’n 0,04% uitmaken van normaal stof van een gebouw, het in het stof van het WTC 5,87% betrof (wat betekent dat er zich in het stof van het WTC bijna 1500 keer meer ijzer bevond dan normaal). [22] Deze eerder versie vermeldde tevens expliciet dat ijzer en andere metalen “gesmolten waren tijdens de gebeurtenissen rond het WTC, waarbij bolvormige metalen deeltjes werden gevormd.” [23]

Daar komt nog bij, waar in het rapport uit 2004 het woord “verdampen” niet wordt genoemd, dat deze eerdere versie spreekt van temperaturen “waarbij lood zou verdampen.” [24] Daarnaast, waar het rapport uit 2004 spreekt van “hoge temperaturen”, geeft het eerdere rapport aan dat de temperaturen niet alleen hoog waren, maar extreem hoog, want om lood te laten koken, waarna het verdampt, moet het worden verhit tot 1.749°C. [25]

I-C. Het USGS rapport

In 2005 publiceerde het Amerikaans Geologisch Onderzoek (USGS) een rapport met de titel Deeltjesatlas van het stof van het WTC, dat was bedoeld om te helpen bij de “identificatie van de bestanddelen van het stof uit het WTC.” Onder de componenten, zo zei het rapport, bevonden zich “metaal of metaaloxides” (die door de methoden van het USGS niet konden worden onderscheiden). Het rapport meldde: “De primaire fasen van het metaal en metaaloxides in het stof uit het WTC zijn rijk aan ijzer en zinkdeeltjes.” [26] Het rapport bevat een microscopisch beeld van een “ijzerrijk bolvormig deeltje.” [27]

Deze ijzerrijke, bolvormige deeltjes – of “sferules”, zoals ze ook wel worden genoemd – kunnen alleen ontstaan wanneer het ijzer is gesmolten en vervolgens “in de lucht worden gesproeid zodat de oppervlaktespanning de druppels in een nagenoeg bolle vorm trekt.” [28]

Zonder er verder een verklaring voor te geven meldt het rapport van de USGS dus de aanwezigheid van deeltjes in het stof die er, volgens de verklaring van NIST omtrent de instortingen, niet in hadden kunnen zitten.

I-D. Rapport van de groep Steven Jones

NIST negeerde ook nog een derde wetenschappelijk rapport waarin fenomenen worden beschreven met betrekking tot het stof van het WTC die alleen het gevolg kunnen zijn van extreem hoge temperaturen. Het rapport draagt zelfs de naam “Extreem hoge temperaturen tijdens de vernietiging van het World Trade Center.” Dit rapport, geschreven door Steven Jones en zeven andere wetenschappers, wijst op het bestaan van deeltjes in het stof waarvoor zelfs nog hogere temperaturen nodig zijn dan waar de verslagen van RJ Lee en USGS op duiden.

Jones en zijn collega’s voerden proeven uit op hun eigen monsters van stof uit het WTC die kort na de vernietiging van het WTC werden verzameld – ofwel zeer kort nadien dan wel uit het interieur van gebouwen in de buurt (wat betekent dat dit stof niet besmet heeft kunnen zijn door de opruimwerkzaamheden op Ground Zero). Zij meldden de vondst van “een veelheid aan piepkleine gestolde druppels, ruwweg bolvormig (sferules)”, die voornamelijk “rijk waren aan ijzer … en silicaat.” De ijzerrijke sferules zouden een temperatuur nodig hebben van 1.538°C. De silicaten bevatten vaak aluminium, en aluminium sferules, welke veelvuldig in het stof voorkwamen, zouden een temperatuur behoeven van 1.450°C. [29]

Het ijzer kan niet alleen afkomstig zijn uit het staal en zou niet in het puin moeten voorkomen. Het ijzer, waar een verklaring voor moet worden gezocht, is een bijproduct van een thermitische reactie.

Wat nog opmerkelijker is, zo meldde de groep Jones, was een sferule die in het stof werd gevonden en niet werd genoemd in de Deeltjesatlas van USGS, en die alleen kon worden verkregen door middel van een verzoek onder de Wet Openbaarheid Bestuur (FOIA), namelijk een “sferule rijk aan molybdeen (Mo).” Dit werd waargenomen en bestudeerd door het team van USGS. Dat is opmerkelijke informatie, want molybdeen (Mo) “staat bekend om zijn enorm hoge smeltpunt”: 2.623°C. [30] De aanwezigheid van molybdeenrijke sferules werd door NIST niet genoemd, hoewel zij van het bestaan hadden kunnen weten uit het artikel van de groep Jones of rechtstreeks via het USGS.

II. Bewijs uit getuigenverklaringen

II-A. Getuigenissen van brandweerlieden:

  • Kapitein Philip Ruvolo van de New Yorkse brandweer zei: “Als je daar beneden was dan zag je gesmolten staal, gesmolten staal dat door de geleiders vloeide, alsof je in een gieterij was, zoals lava doet.” [31]
  • Joe O’ Toole, een brandweerman uit de Bronx die aanwezig was tijdens de reddingsacties en het opruimen, meldde dat een steunbalk die, maanden na de ramp, in februari 2002, van onder het oppervlak naar boven werd gehaald “droop van het gesmolten staal.” [32]
  • New Yorkse brandweerlieden herinnerden zich in de documentaire Collateral Damages “een hitte die zo intens was dat ze rivieren van gesmolten staal tegenkwamen.” [33]

II-B. Getuigenverklaringen van andere deskundigen

  • Leslie Robertson, die deel uitmaakt van het bedrijf dat verantwoordelijk was voor het ontwerp van het World Trade Center, zei 21 dagen na de aanval: “Toen we op ondergronds niveau B1 waren zei één van de brandweerlieden ‘ik denk dat je dit wel interessant zult vinden.’ Ze takelden een blok beton op en daaronder was een stromende rivier van staal.” [34]
  • Ron Burger, adviseur Volksgezondheid bij het Nationaal Centrum Milieu en Gezondheid, die op 12 september 2001 arriveerde op Ground Zero, zei: “Toen ik de hitte voelde en het gesmolten staal zag, laag op laag as, zoals lava, moest ik denken aan Mount St. Helen’s en de duizenden die moesten vluchten voor die ramp.” [35]
  • Laat in de herfst van 2001 berichtte Dr. Alison Geyh van de Johns Hopkins School of Public Health: “Er zijn nog steeds actieve branden en de rookvorming is zeer intens. In sommige delen die worden blootgelegd vinden ze gesmolten staal.” [36]
  • Joe Allbaugh, directeur van FEMA, zei in een interview in oktober 2001 op CBS: “In sommige gebieden is het gewoon te heet voor de reddingswerkers. We weten nog niet wat zich daar verder bevindt dan zeer heet, gesmolten materiaal.” [37]
  • Dr. Keith Eaton berichtte in Structural Engineer: “Ze hebben ons veel interessante dia’s laten zien … variërend van gesmolten staal dat weken na het gebeuren nog steeds roodgloeiend was tot staalplaten van 10 centimeter dik die tijdens de ramp zijn afgeknapt of verbogen.”
  • Don Carson, een deskundige op het gebied van gevaarlijke materialen bij de National Operating Engineers Union, zei zes weken na 11 september: “Er worden stukken staal naar boven gehaald vanuit een diepte van zes verdiepingen onder de grond die nog steeds kersenrood zijn.” [38]

II-C. Verklaringen van andere betrouwbare getuigen:

  • Greg Fuchek, vice president van een bedrijf dat computerapparatuur leverde voor het identificeren van menselijke resten, meldde dat “soms, als een werker een balk uit de puinhoop trok, dan droop daar het gesmolten staal vanaf.” [39]
  • Sarah Atlas, van een reddingsteam uit New Jersey, arriveerde op 11 september 2001 op Ground Zero en berichtte dat “er brandhaarden waren en er vloeide gesmolten staal onder de puinhopen.” [40]
  • Tom Arterburn, in een artikel voor Waste Age berichtte dat het Departement Afvalverwerking van New York “alles verwijderde, van gesmolten stalen balken tot menselijke resten.” [41]

Weerwoord op officiële beweringen: Samenvatting

  1. De bewering dat er in geen van de gebouwen bewijs gevonden is voor gesmolten staal of ijzer wordt sterk weerlegd door drie wetenschappelijke rapporten, waaronder één rapport van een overheidsinstantie (USGS).
  2. De bewering van John Gross dat er “geen ooggetuigen waren die zeiden” dat er gesmolten staal (of ijzer) aanwezig was wordt krachtig en herhaaldelijk tegengesproken.
  3. De bewering dat gesmolten staal of ijzer niet relevant was omdat dit zou hebben kunnen ontstaan in de puinhoop: Dit zou inhouden dat men, zonder wetenschappelijk bewijs of enige plausibiliteit, beweert dat ontbranding in een zuurstofarme hoop puin staal heeft kunnen opwarmen tot een temperatuur van minimaal 1.500°C.
  4. Met betrekking tot de bewering van NIST dat gesmolten staal of ijzer “irrelevant is voor het onderzoek naar het instorten” omdat “het geen sluitende informatie geeft over de staat van het staal in de torens van het WTC (en Gebouw WTC 7) toen deze nog overeind stonden”: Gegeven het feit dat gesmolten staal of ijzer in het puin niet geproduceerd konden worden zonder brandversnellers of explosieven is de aanwezigheid hiervan een indicatie dat een deel van het staal al gesmolten was voor of tijdens de laatste momenten van het instorten.
  5. Met betrekking tot de verklaring van NIST in de na-publicatie van hun rapport, dat er geen bewijs was voor “het smelten van staal in een brand in de torens, ontstaan uit vliegtuigbrandstof”: Dit is een verklaring die werkelijk irrelevant is. Het hele punt is dat de aanwezigheid van gesmolten staal of ijzer een indicatie is dat de gebouwen door iets anders zijn ingestort dan door brand.

Conclusie

Geen van de beweringen over het niet bestaan van gesmolten ijzer of staal in de vernielde gebouwen van het WTC kan de toets der kritiek doorstaan. Het feit dat het puin gesmolten staal of ijzer bevatte toont aan dat de gebouwen zijn vernield door iets anders dan brand en de impact van de vliegtuigen. Bijzonder dramatisch bewijs kwam voort uit verschillende feiten: dat het oorspronkelijke rapport van RJ Lee aantoont dat er bijna 1.500 keer meer ijzer in het stof aanwezig was dan normaal; dat het puin staal bevatte met gapende gaten waardoor het eruit zag als een “Zwitserse gatenkaas” dat “branddeskundigen” van het Worcester Polytechnisch Instituut versteld deed staan; dat er lood was verdampt; dat er molybdeen was gesmolten; en dat de poelen gesmolten metaal verhit ijzer bevatten, zoals is af te lezen uit de oranje kleur, dat was verhit tot meer dan 2.000°C.

Wanneer al het tastbare bewijs door deskundigen op velerlei gebied wordt gecombineerd met getuigenissen van explosies, dan houdt de bewering dat de Twin Towers instortten door niets anders dan de impact van de vliegtuigen en de daarop volgende branden simpelweg geen steek.

<< Vorig Punt, Volgend Punt >>

Referenties voor Punt TT-6
Over ijzer, zie “ijzer” op WebElements, het Periodiek Systeem op Internet. Staal, als legering van ijzer, komt voor in verschillende gradaties met variërende smeltpunten al naar gelang het percentage koolstof, dat het smeltpunt verlaagt, van 1.371°C tot 1.482°C; Zie “legeringen: Smeltpunttabel”.
NIST NCSTAR 1, Final Report on the Collapse of the World Trade Center Towers [Eindverslag Instorting van de WTC Torens], september 2005, blz. 15. Wat betreft de impacts van de vliegtuigen, zie blz. 150-151; Vliegtuigbrandstof, blz. 24, 42; Branden, blz. 91, 127 en 183.
NIST NCSTAR 1A, Final Report on the Collapse of World Trade Center Building 7 [Eindverslag instorting van World Trade Center Building 7], november 2008, xxxv. In de woorden van NIST was de instorting van Gebouw 7 “het eerst bekende geval van totale ineenstorting van een groot gebouw, voornamelijk als gevolg van brand.”
In een na-publicatie (september 2011) schreef NIST: “Op geen moment heeft NIST gerapporteerd dat staal in de torens van het WTC is gesmolten als gevolg van brand. Het smeltpunt van staal ligt rond 1.500°C (2.800°F). Normale kantoorbranden en koolwaterstofbranden (bv. vliegtuigbrandstof) genereren temperaturen tot ongeveer 1.100°C (2.000°F). NIST rapporteerde een maximum luchttemperatuur in de bovenste laag van ongeveer 1.000°C (1.800°F) in de WTC torens (zie bv. NCSTAR 1, figuur 6-36).” NIST Engineering Laboratory, Vragen en antwoorden over het NIST-onderzoek naar de torens van het WTC (vraag 15), 19 september 2011.
NIST NCSTAR 1-9, Structural Fire Response and Probable Collapse Sequence of World Trade Center Building 7 [Reactie van de structuur naar het vuur en waarschijnlijke volgorde van de instorting van WTC 7], Vol. 1, hoofdstuk 8.
NIST NCSTAR 1A, Federal Building and Fire Safety Investigation of the World Trade Center Disaster: Final Report on the Collapse of World Trade Center Building 7 [Federaal Onderzoek Bouw en Brandveiligheid van de Ramp met het World Trade Center: Eindverslag instorting World Trade Center gebouw 7], 20 november 2008.
Dr. Gross was co-projectleider Analyse Structurele Brand en Ineenstorting. Zie “John L Gross”.
18 oktober 2006, lezing aan de Universiteit van Texas, over het instorten van de Twin Towers, “Dr. John Gross, NIST”. Datum wordt hier bevestigd.
NIST Engineering Laboratory, Questions and Answers about the NIST WTC Towers Investigation [Vragen en antwoorden over het NIST-onderzoek naar de torens van het WTC] (vraag 23), 19 september 2011.
IJzer, WebElements, Het periodiek systeem op internet.
Steven E Jones, Why Indeed Did the WTC Buildings Completely Collapse? [Hoe komt het dat de gebouwen van het World Trade Center volledig instortten?] In het Journal of 9/11 Studies, Vol. 3: september 2006, blz. 18.
James Glanz, Engineers Suspect Diesel Fuel in Collapse of 7 World Trade Center [Ingenieurs vermoeden rol diesel bij instorting World Trade Center gebouw 7], in de New York Times, 29 november 2001.
Jonathan Barnett, Ronald R Biederman en Richard D Sisson jr., Beperkt metallurgisch onderzoek, FEMA, World Trade Center Building Performance Study, appendix C [Prestatiestudie Gebouwen World Trade Center], mei 2002.
Joan Killough-Miller, The ‘Deep Mystery’ of Melted Steel [Het ‘diepe mysterie’ van gesmolten staal], in WPI Transformations, voorjaar 2002.
James Glanz en Eric Lipton, “A Search for Clues in Towers’ Collapse [Zoektocht naar aanwijzingen instorten torens]”, in de New York Times, 2 februari 2002.
Thomas Eager en Christopher Musso, Why Did the World Trade Center Collapse? Science, Engineering, and Speculation [Waarom stortte het World Trade Center in? Wetenschap, bouwkunde en speculatie], in JOM, Journal of the Minerals, Metals & Materials Society, 53/12 (2001), blz. 8-11.
Thomas Eagar, The Collapse: An Engineer’s Perspective [De instorting: Perspectief van een bouwkundige], onderdeel van Waarom de Torens Vielen, NOVA, 30 april 2002.
RJ Lee Groep, Expert Report: WTC Dust Signature [Deskundigenrapport: Signatuur stof WTC], mei 2004, blz. 5
Ibid. blz. 11.
RJ Lee Groep, WTC Dust Signature Report: Composition and Morphology [Studie signatuur stof WTC: Samenstelling en morfologie], (2003), blz. 5.
Ibid. blz. 24.
Ibid. blz. 17.
Ibid. blz. 21.
Lead in WebElements, het periodiek systeem op internet.
Heather A Lowers en Gregory P Meeker, USGS (Amerikaans Geologisch Onderzoek), Amerikaans Ministerie van Binnenlandse Zaken, Particle Atlas of World Trade Center Dust [Deeltjesatlas stof World Trade Center], 2005.
Om uitvergrotingen te zien van de ijzerrijke deeltjes ga hier naartoe, klik dan op “yes” aan de rechterkant van regel voor Iron-03 en Iron 04.
Steven E Jones en anderen, Extreem hoge temperaturen tijdens de vernietiging van het World Trade Center. In het Journal of 9/11 Studies, januari 2008, blz. 8.
Ibid. blz. 1-2.
Ibid. blz. 4. Over de karakteristieken, zie Molybdenum in WebElements, het periodiek systeem op internet.
Firefighter Describes Molten Metal at Ground Zero, like a Foundry [Brandweerman beschrijft gesmolten metaal op Ground Zero, Als in een gieterij]” YouTube: TruthRadiator.
Jennifer Lin, Recovery Worker Reflects on Months Spent at Ground Zero [Reddingswerker overdenkt maanden doorgebracht op Ground Zero], Knight Ridder, 29 mei 2002.
Unflinching Look Among the Ruins [Onwrikbare kijk tussen de puinhopen], in de New York Post, 3 maart 2004. Deel 1 van 5 van Étienne Sauret’s “Collateral Damages” (2003) was ook beschikbaar.
Les Robertson bevestigt gesmolten metaal in kelders WTC, tijdens een presentatie op de Stanford Universiteit, “Les Robertson Confirms Molten Metal in WTC Basement” (YouTube: IC911STUDIES). Zie ook Nationale Conferentie Bouwkundigen, 5 oktober 2001. (James M Williams, president SEAU, WTC: Een structureel succes, in SEAU NEWS, de Nieuwsbrief van het Genootschap van Bouwkundigen in Utah, oktober 2001, blz. 3.
Citaat Francesca Lymann, Boodschappen in het stof: Wat zijn de lessen voor respons milieuhygiëne ten aanzien van de terroristische aanslagen van 11 september? Nationaal Genootschap Milieuhygiëne, september 2003. (Noot van de redactie: ook geciteerd in “The scene at Ground Zero.”)
Mobilisatie volksgezondheid, in Johns Hopkins Public Health, eind herfst 2001.
Directeur van FEMA Allbaugh met Bryant Gumbel, CBS Early Show, 4 oktober 2001.
Greg Gittrich, New York Daily News, 1 november 2001: 10 (pay per view)
Trudy Walsh, “Handheld APP Eased Recovery Tasks”, Government Computer News 21, no. 27a, 11 september 2002.
K-9/11: Tracking the Rescuers’ Trauma [K-9/11: Het volgen van de trauma’s van de reddingswerkers], PENN Arts & Sciences, zomer 2002.
Tom Arterburn, D-Day: NY Sanitation Workers’ Challenge of a Lifetime [D-Day: Uitdaging van wereldformaat voor schoonmakers New York], in Waste Age, 1 april 2002.

 

Comments are closed.